Loonvordering – Bosch advocatuur
Bosch advocatuur

Wanneer moet het loon worden betaald?

De verplichting tot loonbetaling is een kernverplichting van de werkgever. De wet bepaalt dat het loon uiterlijk moet worden betaald na afloop van het afgesproken loontijdvak (vaak een maand).

In de praktijk betaalt de werkgever vaak het loon rond de 24e van de maand en soms wordt de betaaldag ook in de arbeidsovereenkomst vastgelegd. Een werkgever die structureel te laat betaalt, handelt in strijd met zijn wettelijke verplichting — ook als hij het loon uiteindelijk wĆ©l betaalt.

Art. 7:623 BW — loontijdvak, moment van loonbetaling (vrij weergegeven)

De werkgever is verplicht het loon te voldoen telkens na afloop van het tijdvak waarover het loon op grond van de arbeidsovereenkomst moet worden berekend. Het loontijdvak mag niet korter zijn dan ƩƩn week en niet langer dan ƩƩn maand. Het loontijdvak kan schriftelijk worden verlengd. Als het afgesproken loontijdvak een week of korter is, kan de verlenging niet langer zijn dan tot een maand. Als het afgesproken loontijdvak een maand of langer is, kan de verlenging niet langer zijn dan tot een kwartaal.

De wettelijke verhoging — een stok(je) achter de deur

Als de werkgever het loon niet of te laat betaalt, heeft de werknemer van rechtswege — dus automatisch, zonder dat hij daar iets voor hoeft te doen — recht op een wettelijke verhoging. Dit is een stok achter de deur die werkgevers moet aanzetten tot tijdige betaling.

Art. 7:625 BW — wettelijke verhoging (vrij weergegeven)

Indien de werkgever het loon niet tijdig betaalt, heeft de werknemer over het te laat betaalde bedrag aanspraak op een verhoging. Het recht op de wettelijke verhoging bestaat alleen wanneer het niet tijdig betalen aan de werkgever is toe te rekenen. De verhoging bedraagt over de eerste twee dagen na de vervaldag 0%, over de derde tot en met de achtste dag 5% per dag, over de negende tot en met de veertiende dag 1% per dag, en over elke volgende dag 0,5% per dag — tot een maximum van 50% over het niet-tijdig betaalde bedrag. De rechter kan de verhoging matigen.

Concreet betekent dit dat de wettelijke verhoging snel oploopt. De rechter heeft de bevoegdheid de verhoging te matigen, en van die bevoegdheid maakt de rechter in de praktijk vaak gebruik.

Periode na vervaldag Verhoging per dag Cumulatief (bij €3.000 loon)
Dag 1–20%€ 0
Dag 3–8 (6 dagen)5% per dag€ 900
Dag 9–14 (6 dagen)1% per dag€ 180
Dag 15 en verder0,5% per dagloopt op tot max. 50%
Maximum—€ 1.500 (50% van €3.000)

Rekenvoorbeeld — ƩƩn maand loon te laat betaald

Bruto maandloon € 3.000,00
Wettelijke verhoging (maximaal 50%) € 1.500,00
Wettelijke rente over het geheel p.m.
Totaal te vorderen € 4.500,00 +

Naast de wettelijke verhoging heeft de werknemer ook recht op de wettelijke rente over het te laat betaalde bedrag Ʃn over de wettelijke verhoging zelf, te rekenen vanaf de dag waarop het loon verschuldigd was.

Wat te doen als uw werkgever het loon niet betaalt?

Betaalt uw werkgever uw loon niet of te laat? Onderneem dan stap voor stap actie. Wacht niet te lang: hoe eerder u actie onderneemt, hoe sterker uw positie.

  1. 1

    Controleer de arbeidsovereenkomst en de loonstrook

    Ga na wat is overeengekomen over het loon en de betalingstermijn. Vergelijk met de ontvangen betalingen. Bewaar alle loonstroken en bankafschriften.

  2. 2

    Stuur een schriftelijke aanmaning

    Stuur uw werkgever een aanmaning per e-mail Ʃn per post, met daarin een duidelijke betalingstermijn (bijv. zeven dagen). Vermeld het openstaande bedrag en wijs op de wettelijke verhoging die is opgelopen. Bewaar een kopie van de aanmaning.

  3. 3

    Schakel een arbeidsrechtadvocaat in

    Reageert uw werkgever niet of onvoldoende op de aanmaning? Schakel dan zo snel mogelijk een advocaat in. Een advocatenbrief heeft in de praktijk vaak meer effect dan een aanmaning van de werknemer zelf. Bovendien kan de advocaat beoordelen of een kort geding — voor een snelle rechterlijke beslissing — zinvol is.

  4. 4

    Procedure bij de kantonrechter

    Bij een loonvordering is de kantonrechter bevoegd, ongeacht de hoogte van het gevorderde bedrag. Een loonvordering kan via een kort geding (spoedeisend) of via een bodemprocedure worden ingesteld. In spoedeisende gevallen — als de werknemer de maandelijkse kosten niet meer kan betalen — is een kort geding de aangewezen weg.

De klachtplicht — een belangrijk aandachtspunt

Uit recente rechtspraak volgt dat een werknemer die meent dat een werkgever minder loon betaalt dan hij behoort te doen, binnen bekwame tijd bij de werkgever moet klagen over het uitblijven van de volledige prestatie. Dit wordt de klachtplicht genoemd (art. 6:89 BW).

Praktisch betekent dit: wacht u te lang met protesteren tegen een gebrek in de loonbetaling, dan riskeert u dat de rechter uw vordering geheel of gedeeltelijk afwijst omdat u niet hebt voldaan aan de klachtplicht. Schriftelijk protesteren is essentieel: mondeling klagen is achteraf moeilijk te bewijzen.

Art. 6:89 BW — klachtplicht

De schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd.

Wat is ‘binnen bekwame tijd’?

De wet geeft geen vaste termijn. Wat als bekwame tijd geldt, hangt af van de omstandigheden. Als vuistregel geldt: protesteer schriftelijk zo snel mogelijk nadat u constateert dat het loon niet of niet volledig is betaald. Wacht in geen geval maanden zonder actie te ondernemen.

Mag u het werk neerleggen als uw loon niet wordt betaald?

In beginsel heeft een werknemer het recht om de nakoming van zijn verplichtingen — het verrichten van arbeid — op te schorten als de werkgever zijn verplichting tot loonbetaling niet nakomt. Dit recht op opschorting is neergelegd in art. 6:262 BW.

In de praktijk is het neerleggen van het werk echter een riskante stap. De werkgever kan het opschorten als werkweigering opvatten en dit als aanleiding gebruiken voor ontslag (op staande voet). Overleg altijd eerst met een advocaat voordat u besluit het werk op te schorten.

Leg het werk nooit neer zonder eerst juridisch advies van een arbeidsrechtadvocaat te hebben ingewonnen. De risico’s van opschorting zijn groot: de werkgever kan dit als dringende reden voor ontslag op staande voet aanmerken. Dus: schakel eerst een arbeidsrechtadvocaat in.

Loonbetaling bij ziekte

Ook bij ziekte heeft de werknemer recht op doorbetaling van loon. De wet verplicht de werkgever het loon gedurende de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid door te betalen, tot van 70% van het loon, maar gedurende de eerste 52 weken tot ten minste het minimumloon. Als het loon meer bedraagt dan het zogeheten maximumdagloon, heeft de werknemer over het meerdere geen aanspraak op 70% daarvan. Op 1 januari 2026 bedroeg het maximumdagloon € 304,25 bruto (inclusief vakantiebijslag) per dag dat de werknemer tegen loon heeft gewerkt. Het dagloon wordt door de verantwoordelijke minister geregeld aangepast.

Art. 7:629 lid 1 BW — loondoorbetaling bij ziekte

Voor zover het loon niet meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag, behoudt de werknemer voor een tijdvak van 104 weken recht op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, maar de eerste 52 weken ten minste op het voor hem geldende wettelijke minimumloon, indien hij de bedongen arbeid niet heeft verricht omdat hij in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling daartoe verhinderd was.

In cao’s en arbeidsovereenkomsten wordt dikwijls een hogere aanvulling op de wettelijke 70% afgesproken, soms 100% in het eerste ziektejaar en 70% in het tweede jaar. Controleer uw arbeidsovereenkomst en eventueel toepasselijke cao op de geldende afspraken.

Betaalt uw werkgever uw loon niet?

Wacht niet te lang. Hoe eerder u actie onderneemt, hoe groter de kans op succes. Mr. G. Bosch helpt u direct.

© 2026 Bosch advocatuur | mr. G. Bosch Ā· Schothorsterlaan 11, 3822 NA Amersfoort Ā· T 033 – 463 01 12 Ā· KvK Gooi-, Eem- en Flevoland nr. 32165935
Op alle dienstverlening van mr. Bosch zijn algemene voorwaarden van toepassing. Een exemplaar van de toepasselijke algemene voorwaarden wordt vóór de totstandkoming van een overeenkomst van opdracht tot rechtsbijstand met mr. G. Bosch aan de cliënt verstrekt.
Alle informatie op deze website is algemeen van aard en geldt niet als juridisch advies.
Scroll naar boven